Drie jaar

Drie jaar geleden kwam ze aan in dit AZC. Gevlucht uit een land in het Midden-Oosten. Ik schreef al eerder over haar. Over hoe ze een mannelijke tolk trof. Aan wie ze niet al haar ervaringen kon delen. Vanwege trauma's, privacy, angst, schaamte en cultuurverschil. En die notabene een ander dialect sprak. Toen was hun verzoek afgewezen, vanwege de verschillen in interview tussen haar en haar partner. Nu wachten ze nog steeds. Drie jaar en drie maanden woont ze nu hier. Ze kwam als een van de eersten. Ik ken haar vanaf dat ze hier is. Haar dochtertje hebben we groot zien worden; van baby, naar dreumes, naar bijna schoolgaand. 

Al die jaren deed ik dingen. Ik hoef maar in mijn agenda te kijken om te zien dat er iedere week iets anders gebeurt: afspraken, werk, uitjes. Ik kijk ergens verwachtingsvol naar uit, maak plannen, droom en ik ben en woon waar ik wil zijn. Zij?

Al mijn belevenissen van de afgelopen drie jaar; zij was in het AZC. In d'r kleine kamertje die ze met vier anderen deelt. Ze kent niemand buiten het AZC. Ze praat met niemand in het AZC. Want wie kun je nog vertrouwen? Als je al het kwaads waar de mens toe in staat is al onder ogen hebt moeten komen, is niemand meer te vertrouwen.

De enige afspraken waar ze naartoe gaat zijn die met de IND of met een advocaat. En voor een zo'n afspraak moet ze een jaar wachten. 

Binnenkort is het weer zo ver. In december. De uitslag. De kans is reëel dat ze terug moet. Immers. Hoe kan de IND hier controleren, dat de schoonfamilie in het land van herkomst haar ivm eerwraak om het leven zal brengen? (Wist je trouwens dat het hele thema 'eerwraak' ook speelt als je er niet zelf voor hebt gekozen met iemand anders dan je eigen partner seks te hebben - onder dwang, geweld: het maakt niet uit.)

Stress. De hele dag door. Het wachten duurt te lang. Al drie jaar. Iedere dag die voorbij gaat. Het is al een keer te veel voor haar geworden, te veel om verder te leven. Maar helaas, het mislukte. Ze moest verder. Weer een dag. En iedere dag dat zo’n afspraak in de rechtbank – de dag van het grote oordeel - dichterbij komt, wordt het wachten steeds zwaarder. Kon dat nog? Dat je dacht dat je het niet meer aankunt, en toch verder moet. Nog een dag. Nog een dag. En nog een. Uren, minuten, seconden. Gebroken. Ze kunnen niet meer. Maar ze moeten nog. 

Ik kan niets meer doen. Slaap er niet van. Alles is relatief. Iedere afspraak in mijn agenda is een afspraak. Iets anders, nieuws, afwisseling. Leuk, of niet leuk: het is iets en staat in de agenda.

Zij wachten. Op het kunnen beginnen van een nieuw leven. Of op het einde: het grote niets, de grote pijn. Terug moeten. Maar niet kunnen. Ze denken dat ze nu niet meer kunnen. Maar als het een ‘nee’ wordt, dat is pas echt-niet-meer-kunnen.

Drie jaar. Drie keer driehonderdvijfenzestig dagen. En wij verlenen noodhulp ver weg. Daar is de ellende, daar moet geholpen worden. Daar moet het eerlijker. We willen de wereld beter, rechtvaardiger, duurzamer maken. We willen zoveel. We praten zoveel. We vinden zoveel. En wij hebben de middelen en mogelijkheden. Maar hoe rechtvaardig en hoe menselijk zijn we, als we, in ons eigen land notabene, iemand drie jaar later wachten? Drie jaar. Zij, haar man, haar kinderen. Drie jaar niet weten waar je aan toe bent. Nederlands leren. Je Nederlands voelen. Logisch als je, zoals haar andere kind, hier op je zevende terecht komt en al drie jaar naar school gaat. Drie jaar. Dag en nacht. Wachten. 

En wij iedere avond maar gewoon in slaap vallen; we staan er niet bij stil hoe bijzonder dat is.

 

Tags voor dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel

  Naar boven