#zeghet

De hashtag #zeghet werd de afgelopen weken een hot item. Optredens bij Pauw, volgeschreven kranten en meer erkenning voor wat seksueel misbruik met mensen doet. En dat is nodig. Het zorgt voor aandacht voor het probleem en biedt kansen om het probleem te ontmantelen.

Het is nog maar kort geleden dat Jonathan Holslag in het NRC een oproep deed om de Nederlandse waarden (maandag 26 oktober, Opinie: ‘Laten we weer in onze eigen Westerse waarden geloven’) weer in ere te herstellen. Zolang als we niet investeren in het bewustzijn van onze waarden en stilstaan bij wat ons bindt, zullen we de radicalisering niet tegen kunnen gaan, betoogde hij.

Wat hebben de hastag #zeghet en een artikel over waarden nu met elkaar te maken?

Alles. Alleen we zijn te bang om het onder ogen te zien. De seksuele voorlichting in Nederland is al jaren gebaseerd op het bevorderen van ‘veilig vrijen’. Om niet moraliserend over te komen is het hele bevorderen van seksuele gezondheid teruggebracht tot het bevorderen van het gebruik van voorbehoedsmiddelen. De afgelopen jaren kwam daar toegenomen aandacht bij voor het verhogen van weerbaarheid door jongeren te helpen ‘nee’ te zeggen. En nu wordt er gewezen op hoe belangrijk het is te wijzen op ‘consent’ (wederzijdse toestemming). Maar daar blijft het bij.

Misschien is het de strenge kerkelijke leer geweest. Of de seksuele revolutie. Maar ergens zijn wij als Nederlanders waarden als liefde, zorg, gelijkwaardigheid of wederkerigheid als christelijke waarden gaan bestempelen. En uit angst voor religie (en vooral voor het christelijke) hebben we het kind met het badwater weggegooid. Maar het zijn geen christelijke waarden, het zijn menselijke waarden. En wij zijn bang geworden voor dat gesprek over waarden. We hebben het er liever gewoon niet over. Als iemand dààr dan weer iets over zegt wordt hij of zij weggezet als ouderwets, bekrompen, betuttelend of verwijzen we angstvallig naar ‘pas op, spruitjeslucht!’.

Waar het praten over seks ook over relationele aspecten zou moeten gaan (vandaar ook de veelgebruikte term: seksuele en relationele vorming) is het in Nederland teruggebracht tot het strijden voor onze seksuele rechten: 'Ik heb recht op seks als ik dat wil, wanneer ik dat wil en hoe ik het wil.' Maar een ander heeft ook rechten, bijvoorbeeld op het zeggen van ‘nee’, en moet daarin ook gehoord en erkend worden. En dat kan botsen. Want als je elkaar dan niet kent of niets te maken hebt met het welzijn van de ander, aan wiens recht kom je dan tegemoet?

Seks gaat altijd over jezelf in relatie tot een ander. Misschien een vaste partner. Misschien iemand opgepikt in het café. Hoe het ook zij: het is altijd een wisselwerking tussen twee personen. Het gesprek over seks zou dus ook – of juist - moeten gaan over hoe je je verhoudt tot jezelf en de ander. Jezelf mogen zijn, autonomie, respect, wederkerigheid, veiligheid, vertrouwen of zelfbeheersing. Het zijn voorbeelden van waarden en woorden die een rol spelen in een goede relatie, of misschien wel over liefde gaan. Maar daar mogen we het al helemaal niet meer over hebben.

Het bevorderen van seksuele gezondheid gaat niet en nooit lukken, als we niet over onszelf, ons mens-zijn, onze gevoelens, onze seksuele verlangens en onze relaties praten. Het zal nooit lukken als we het met elkaar niet kunnen hebben over waarden zoals respect, wederkerigheid, veiligheid en zorg. Het is juist het bewustzijn van de betekenis van die waarden dat essentieel is voor het bereiken van seksuele gezondheid voor ieder mens. Als we het daar niet over mogen hebben, zeggen we dus eigenlijk niets.

En dat is precies ons probleem. Wij zijn niet vrij. De angst voor betutteling heeft ons meer in haar greep dan we zelf willen geloven. In hoe we (niet) over seks praten komt dat nog het best naar voren. 

Tags voor dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Deel dit artikel

  Naar boven